Een vondeling is heden ten dage groot nieuws vanwege de zeldzaamheid ervan. Nederland wordt hoogstens een of twee keer per jaar opgeschrikt door zo'n bericht. Dat aantal is niet altijd zo laag geweest. In de 17e eeuw werden er in Amsterdam zoveel kinderen op straat achtergelaten, dat een apart weeshuis voor deze verlaten kinderen nodig was.
In de Franse tijd, rond 1800, was de armoede groot. Gevolg was een schrikbarende toename van het aantal vondelingen. Zo'n 20.000 werden er opgenomen in het Aalmoezeniersweeshuis. In de eerste levensjaren werden de vondelingen bij een betaalde min in de stad ondergebracht. Een min kon aanvulling op het gezinsinkomen goed gebruiken. Veel minnen kregen maar een keer een aalmoezenierskind in huis. Anderen vingen veel kinderen op en wisten daarmee hun eigen gezin van de hongerdood te redden. Vanwege de hoge sterfte onder de zgn. minnenkinderen kregen de minnen destijds, onterecht, veel kritiek te verduren.
In deze lezing vertelt Nanda Geuzebroek over het Aalmoezeniersweeshuis, een verhaal dat vrijwel verdwenen is uit het collectieve Amsterdamse geheugen. Nanda Geuzebroek was gastconservator van de tentoonstelling in het Stadsarchief over het Aalmoezeniers-weeshuis aan de Prinsengracht -1780-1830 en is auteur van het boek Vondelingen.
Plaats/tijd: Huis De Pinto, Sint Antoniesbreestraat 69, 11.00 uur, inloop 10.30 uur. Prijs 10,- euro voor leden, 15,- voor niet-leden.